ECLI:NL:RVS:2019:2050
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met Awb
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 december 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 mei 2018 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, mede op basis van een eerdere uitspraak van 21 november 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3735). De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. Het besluit van 18 december 2017 werd vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de genoemde uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.