ECLI:NL:RVS:2019:2119
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 23 april 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 juni 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens moet de staatssecretaris opvang en verstrekkingen blijven bieden conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers gedurende deze periode. De voorzieningenrechter baseerde zich daarbij onder meer op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 28 juni 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J. Th. Drop.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.