ECLI:NL:RVS:2019:2164
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen locatieplaatsing ondergrondse afvalcontainer in Arnhem
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem heeft bij besluit van 21 februari 2018 concrete locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers (ORAC’s), waaronder een locatie aan de Laan van Klarenbeek ter hoogte van de woning van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze locatie vanwege het gezichtsbepalende effect, het gebruik van het trottoir als speelplek en de veiligheid voor spelende kinderen. Het college verklaarde de bezwaren ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college bij de locatiekeuze alle belangen zorgvuldig heeft afgewogen en of de aangewezen locatie redelijk is. Het college hanteerde 55 criteria, waaronder harde en zachte criteria met betrekking tot milieu en veiligheid. De Afdeling oordeelde dat het trottoir geen officiële kinderspeelplaats is en dat het gezichtsbepalende effect niet zodanig is dat de locatie onredelijk is.
Appellant stelde een alternatieve locatie aan de rand van een groenvak voor, maar het college wees deze af vanwege strijd met criteria die het plaatsen van containers in verhard gebied prefereren en de bereikbaarheid voor lediging. De Afdeling vond geen aanleiding om het college te verplichten deze alternatieve locatie te kiezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieplaatsing van de ondergrondse afvalcontainer is ongegrond verklaard.