ECLI:NL:RVS:2019:2166
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan hoveniersbedrijf en bedrijfswoning te Rucphen
Bij besluit van 13 december 2017 stelde de raad van de gemeente Rucphen het bestemmingsplan voor het hoveniersbedrijf en de bedrijfswoning aan de betreffende locatie vast. Appellant, eigenaar van het aangrenzende perceel, stelde beroep in tegen dit besluit uit vrees voor aantasting van zijn toekomstige woon- en leefklimaat.
Appellant betoogde dat het bouwvlak binnen het bedrijfsbestemming te ruim was en dat opslag tot 4 meter hoogte binnen het bouwvlak onterecht werd toegestaan. Ook stelde hij dat een groenbestemming tussen zijn perceel en dat van de bedrijfswoning noodzakelijk was om zijn vrij uitzicht te waarborgen. De Afdeling overwoog dat het bouwvlak en de bouwhoogtes ongewijzigd waren ten opzichte van het eerdere plan dat reeds was getoetst en dat nieuwe beroepsgronden die reeds in eerdere procedures aan de orde hadden kunnen komen, niet ontvankelijk waren.
Verder werd geoordeeld dat enige aantasting van het uitzicht niet valt uit te sluiten, maar dat aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend en dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de toegestane bouw- en opslaghoogte van 2 meter geen onaanvaardbare aantasting vormt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.