ECLI:NL:RVS:2019:2182
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73-Zuid
Appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning door de aanleg van de A74 en aanpassingen aan de A73-Zuid. De minister wees het verzoek meerdere malen af, waarna appellant beroep instelde. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het ministeriële besluit van 7 april 2017 en gaf aanwijzingen voor een nieuw besluit.
Bij besluit van 12 maart 2018 wees de minister het verzoek opnieuw af, onderbouwd met een advies van de Schadecommissie Rijkswaterstaat en een taxatierapport van Meander Grondverwerving en Advies. De Afdeling constateerde echter dat de minister niet voldeed aan de opdracht om een deugdelijke planologische vergelijking te maken, met name inzake de geluidoverlast buitenshuis en in de tuin. Ook was de motivering omtrent de omvang van de schade en het normale maatschappelijke risico onvoldoende, mede gezien het verschil in behandeling met vergelijkbare gevallen.
De Afdeling oordeelde dat de minister het besluit van 12 maart 2018 in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb heeft genomen en droeg op dit gebrek binnen dertien weken te herstellen door een nieuw besluit met inachtneming van de gegeven aanwijzingen, waaronder het inwinnen van deskundigenadvies en het hanteren van een maximale drempel van 2 procent van de woningwaarde voor het normale maatschappelijke risico.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het besluit van 12 maart 2018 binnen dertien weken te herstellen met een deugdelijke motivering en planologische vergelijking.