ECLI:NL:RVS:2019:2258
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met Awb
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die bij besluit van 28 februari 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 21 november 2018. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. Tevens wordt het besluit van 28 februari 2017 vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris wordt verplicht om met inachtneming van de eerdere uitspraak een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.