ECLI:NL:RVS:2019:2282
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer in Arnhem
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem heeft bij besluit van 21 februari 2018 een locatie aan de Grijpskerkstraat aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (orac). Appellant, wonende nabij deze locatie, maakte bezwaar tegen dit besluit vanwege mogelijke aantasting van haar woongenot en belemmering van haar uitbreidingsplannen, waaronder de bouw van een carport en een aanbouw voor mantelzorg.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door het college, stelde appellant beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en besloot direct in de hoofdzaak uitspraak te doen. De rechter oordeelde dat het college bij de locatiekeuze beleidsruimte heeft en dat de locatie geschikt is volgens de gehanteerde criteria, waaronder een minimale afstand van 2 meter tot de gevel van de woning.
Hoewel appellant geluidsoverlast, stank en belemmering van het gebruik van de carport vreesde, achtte de voorzieningenrechter de overlast niet onevenredig gezien de getroffen maatregelen. Ook werden de alternatieve locaties door appellant onvoldoende onderbouwd als geschikter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanwijzing van de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.