ECLI:NL:RVS:2018:385
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging locatieaanduiding ondergrondse restafvalcontainers in Den Haag wegens strijd met redelijkheid
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 21 juni 2016 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de wijk Zeeheldenkwartier. Appellant woonde nabij locatie 45-50A, waar drie ORAC’s werden geplaatst, en maakte bezwaar tegen deze locatieaanduiding vanwege hinder en onredelijkheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of een alternatieve locatie op de hoek van de Van Diemenstraat en de Prins Hendrikstraat, die mogelijk minder overlast zou veroorzaken, voldeed aan de randvoorwaarden. Dit vormde strijd met het motiveringsbeginsel en het vereiste van zorgvuldigheid.
Hoewel appellant enige hinder mogelijk ondervindt, achtte de Afdeling dit niet onaanvaardbaar. Het college had echter ten onrechte de alternatieve locatie niet nader onderzocht. De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover locatie 45-50A werd aangewezen, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven omdat het college nadien heeft onderzocht dat de alternatieve locatie ongeschikt is vanwege noodzakelijke kabelverlegging.
De Afdeling wees proceskosten af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij ruimtelijke besluiten.
Uitkomst: Het besluit over de locatie 45-50A voor ondergrondse restafvalcontainers wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.