ECLI:NL:RVS:2019:2306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 april 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juni 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), toewijsbaar is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 5.012,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 9 juli 2019.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.