ECLI:NL:RVS:2019:2334
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kostenverhaal bestuursdwang wegens verkeerd aangeboden afvaldoos
Op 7 maart 2018 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag naast een inzamelvoorziening was neergezet. Op de doos zat een etiket met naam en adres van appellant, die daarom als overtreder werd aangemerkt en aansprakelijk gesteld voor een deel van de bestuursdwangkosten.
Appellant betwistte dat hij de doos had neergezet en stelde dat zijn moeder de doos had geplaatst zonder de bedoeling deze achter te laten. Het college betwistte deze stelling en vond dat de doos verkeerd was aangeboden. De Raad van State overwoog dat degene die de overtreding feitelijk pleegt in eerste instantie verantwoordelijk is, maar dat ook degene aan wie de handeling kan worden toegerekend, aansprakelijk kan worden gesteld.
Aangezien appellant en zijn moeder op hetzelfde adres wonen en de moeder de doos ten behoeve van appellant had geplaatst, werd de overtreding aan appellant toegerekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college mocht de kosten van bestuursdwang op appellant verhalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal bestuursdwang wegens verkeerd aangeboden afvaldoos wordt ongegrond verklaard.