ECLI:NL:RVS:2019:2343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen bijgebouwen overschrijdend vergund oppervlak
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade heeft aan appellant gelast om het oppervlak aan bijgebouwen dat het vergunde maximum van 90 m² overschrijdt, te verwijderen. Appellant betwistte dit handhavingsbesluit en voerde onder meer een beroep op overgangsrecht en het vertrouwensbeginsel aan.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat het oppervlak van de bijgebouwen 106,7 m² bedraagt, wat het toegestane maximum overschrijdt. Het beroep op overgangsrecht faalt omdat dit betrekking heeft op gebruik, niet op bouwen zonder vergunning.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat het college appellant na een eerste meting direct informeerde over de overschrijding en de noodzaak tot verwijderen. Verder is geen concreet zicht op legalisering aanwezig omdat appellant geen vergunningaanvraag heeft ingediend. Ook de belangenafweging door het college is rechtmatig, ondanks kapitaalvernietiging en gebruik van de bouwwerken.
De hoogte van de dwangsom wordt als proportioneel beschouwd. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tot verwijdering van de bijgebouwen wordt bevestigd.