ECLI:NL:RVS:2019:2345
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor tweede bijgebouw op recreatiewoning Schiermonnikoog
Het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog weigerde op 6 juni 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een berging op een perceel met een recreatiewoning. Het college baseerde deze weigering op het bestemmingsplan "Schiermonnikoog Dorp" dat slechts één bijgebouw per recreatiewoning toestaat. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het college wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en dat de rechtbank onvoldoende had meegewogen dat de berging feitelijk het enige bijgebouw was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de berging als bijgebouw moet worden aangemerkt omdat deze functioneel en qua afmetingen ondergeschikt is aan de recreatiewoning. Het bouwplan was daarom strijdig met het bestemmingsplan.
Verder was het college bevoegd om beleidsmatig af te wijken van het bestemmingsplan, maar de Afdeling vond dat het college in redelijkheid het verzoek tot vergunning kon weigeren vanwege het belang van een goede ruimtelijke ordening en het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het eiland als Nationaal Park. Het beroep op een eerdere berging op dezelfde locatie en het voorstel om de berging na tien jaar te verwijderen, werden verworpen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.