ECLI:NL:RVS:2018:515
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning tweede woonfunctie op bestaand perceel te Epe
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde op 5 oktober 2015 een omgevingsvergunning aan appellant te verlenen voor het realiseren van een tweede woonfunctie in een bestaand gebouw op het perceel aan een adres te Epe. Deze weigering was gebaseerd op het bestemmingsplan dat slechts één woning toestaat en het gemeentelijk beleid zoals de Woonvisie 2013 en de Nieuwe kaders woningbouwinitiatieven 2015.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank Gelderland verklaarden deze ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bij de weigering onvoldoende gemotiveerd had of de tijdelijke woonfunctie ruimtelijk aanvaardbaar was, terwijl het beleid ruimte liet voor een belangenafweging.
Verder verwierp de Afdeling het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de vergelijkbare gevallen die appellant noemde niet gelijk waren, onder meer omdat daar de woonfunctie planologisch was toegestaan of gelegaliseerd. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen met een deugdelijke belangenafweging.