ECLI:NL:RVS:2019:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing toevoeging rechtsbijstand in AA-procedure
De zaak betreft het hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, waarin een afwijzing van een toevoeging voor rechtsbijstand aan [wederpartij] werd vernietigd. [Wederpartij] had een aanvraag gedaan voor een toevoeging voor rechtsbijstand tijdens de eerste fase van de algemene asielprocedure (AA-procedure), welke was afgewezen door de raad. De rechtbank oordeelde dat de toevoeging ten onrechte was geweigerd omdat de rust- en voorbereidingstermijn onderdeel is van de AA-procedure.
De raad stelde in hoger beroep dat geen toevoeging verleend hoeft te worden indien de asielaanvraag wordt ingetrokken tijdens de rust- en voorbereidingstermijn, omdat dan geen sprake is van feitelijke of juridische complexiteit die een reguliere toevoeging rechtvaardigt. Volgens de raad kan in zo’n situatie een lichte adviestoevoeging (LAT) worden aangevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beleid van de raad om in deze situatie geen reguliere toevoeging te verlenen niet onredelijk is.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van [wederpartij] ongegrond. Dit betekent dat de raad gerechtigd was om de toevoeging te weigeren. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de raad de toevoeging mocht weigeren.