Uitspraak
Datum uitspraak: 10 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel legde op 26 oktober 2016 een last onder bestuursdwang op aan appellanten om een recreatiewoning en andere bouwwerken zonder omgevingsvergunning te verwijderen. Appellanten voerden aan dat een brief uit 2009 hen het vertrouwen gaf dat handhaving niet zou plaatsvinden en dat de recreatiewoning op grond van een persoonsgebonden gebruiksrecht bewoond mocht worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De brief uit 2009 kon niet worden opgevat als een toezegging dat handhaving achterwege zou blijven, omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat de bouwwerken onder het overgangsrecht vielen.
Wel erkende de Afdeling dat het persoonsgebonden gebruiksrecht voor de bewoning van de recreatiewoning bijzondere omstandigheden schept die handhaving tegen deze bewoning onevenredig maken. Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit voor zover het de recreatiewoning betreft en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot last onder bestuursdwang voor de recreatiewoning wordt vernietigd vanwege het persoonsgebonden gebruiksrecht en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.