ECLI:NL:RVS:2019:2365
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving zonder vergunning gebouwde recreatiewoning en bijgebouwen
Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel legde aan appellanten een last onder bestuursdwang op om zonder vergunning gebouwde bouwwerken op hun perceel te verwijderen. Appellanten maakten bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en het oorspronkelijke besluit werd geschorst.
Zowel het college als appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen de bouwwerken zonder omgevingsvergunning. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het college de betekenis van een brief uit 2009 onvoldoende had onderkend, waarin werd gesproken over overgangsrecht en legalisatie.
De Afdeling stelde vast dat een beroep op het overgangsrecht geen omgevingsvergunning vervangt en dat handhaving daarom gerechtvaardigd blijft. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd het besluit van het college van 22 januari 2019 vernietigd, omdat dit besluit op een vernietigde uitspraak was gebaseerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.