ECLI:NL:RVS:2019:2389
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling asielmotieven
De staatssecretaris heeft op 28 maart 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond bij uitspraak van 12 mei 2017. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd de behandeling van de zaak aangehouden vanwege een verwijzingsuitspraak en een verzoek om prejudiciële beslissing, dat later werd ingetrokken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank bij de beoordeling van asielmotieven moet onderzoeken of deze tijdig en concreet zijn ingediend, hetgeen niet correct was gebeurd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van de juiste rechtsregels. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.