ECLI:NL:RVS:2019:2394
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 13 januari 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 2 juni 2017. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd de behandeling aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie, en later vanwege de intrekking van het verzoek om prejudiciële beslissing en de beoordeling van nieuwe asielmotieven. Uiteindelijk heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank niet op juiste wijze heeft onderzocht of de ingebrachte asielmotieven in beroep konden worden betrokken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van de juiste rechtsregels. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.