ECLI:NL:RVS:2019:2398
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en herstelprocedure
Bij besluit van 9 april 2016 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank stelde bij tussenuitspraak vast dat het besluit gebreken vertoonde en gaf de staatssecretaris de gelegenheid deze te herstellen. De staatssecretaris maakte hier geen gebruik van, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak hield de behandeling aan vanwege een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie, maar na intrekking van het verzoek en het sluiten van het onderzoek oordeelde zij dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is.
De Afdeling bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verbetert de motivering. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met het voor het eerst in beroep aangevoerde asielmotief. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit.