ECLI:NL:RVS:2019:2403
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling op 13 juli 2019
De vreemdeling heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen uitzetting op 13 juli 2019 tegen te gaan. Tevens maakte hij bezwaar tegen zijn feitelijke uitzetting en verzocht hij de voorzieningenrechter van de rechtbank om opschorting van de uitzetting totdat op het bezwaar was beslist.
De rechtbank had eerder het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Desondanks kwam het verzoek om voorlopige voorziening, gelet op eerdere uitspraken en de aangevoerde bezwaren, voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet op 13 juli 2019 om 14.40 uur wordt uitgezet. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier J.W. Prins en uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2019.
Uitkomst: De uitzetting van de vreemdeling op 13 juli 2019 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.