ECLI:NL:RVS:2019:2404
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling met minderjarige kinderen
De vreemdeling heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die haar voorgenomen uitzetting op 13 juli 2019 zou tegenhouden. Dit verzoek werd ingediend na afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel en niet-ontvankelijk verklaring van haar hoger beroep.
De vreemdeling maakte tevens bezwaar tegen haar feitelijke uitzetting en verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank om opschorting van de uitzetting totdat op het bezwaar was beslist. Dit verzoek werd doorgeleid naar de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek in het licht van eerdere uitspraken voor toewijzing in aanmerking komt en bepaalde bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet op 13 juli 2019 om 14.40 uur wordt uitgezet. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00.
Uitkomst: De uitzetting van de vreemdeling en haar minderjarige kinderen op 13 juli 2019 wordt bij wijze van voorlopige voorziening opgeschort.