ECLI:NL:RVS:2019:2415
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- H.C.P. Venema
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening voorschot huurtoeslag 2017 wegens onjuiste toepassing wettelijke uitzondering
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot huurtoeslag over 2017 te herzien naar nihil. De Belastingdienst stelde dat appellant geen recht had op huurtoeslag omdat de rekenhuur in 2016 te hoog was en daarom artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht) niet van toepassing was.
De rechtbank had het bezwaar en beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de Belastingdienst niet gehouden was gemaakte fouten te herhalen en dat het voorschot terecht op nihil was gesteld. Appellant voerde aan dat zij onterecht niet is gehoord en dat de rechtbank ten onrechte het toepassingsmoment van de wettelijke uitzondering verkeerd had geïnterpreteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst ten onrechte heeft afgezien van het horen van appellant, omdat er wel degelijk twijfel bestond of het bezwaar tot een ander besluit had kunnen leiden. Daarnaast werd vastgesteld dat de uitzondering in artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, Wht ziet op het eerste moment van overschrijding van de maximale huurgrens en dat het recht op huurtoeslag niet verloren gaat door latere overschrijdingen, mits aan de voorwaarden is voldaan.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en herroept het besluit van 9 februari 2018. Tevens bepaalt zij dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het geschil is daarmee definitief beslecht in het voordeel van appellant.
Uitkomst: Het besluit om het voorschot huurtoeslag 2017 naar nihil te herzien wordt vernietigd en het oorspronkelijke besluit herroepen.