ECLI:NL:RVS:2019:2426
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer Robijnlaan/Bokstraat
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 4 december 2017 locaties aangewezen voor ondergrondse restafvalcontainers (orac’s), waaronder de locatie Robijnlaan/hoek Bokstraat. Een inwoner van een nabijgelegen appartementencomplex maakte bezwaar tegen deze locatie en het vervallen van een alternatieve locatie aan de Maansteenweg/Gazellestraat.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college in redelijkheid tot de locatiekeuze heeft kunnen komen. Het college motiveerde het vervallen van de alternatieve locatie vanwege de aanwezigheid van een boom en het belang van het behoud van het groene aanzien van de wijkentree. Daarnaast voldeed de aangewezen locatie aan de richtlijnen voor plaatsing van orac’s, zoals afstand tot woningen en beperking van geur- en geluidsoverlast.
De Afdeling oordeelde dat het college de locatiekeuze voldoende heeft gemotiveerd en dat de bezwaren van de appellant onvoldoende aanleiding geven om het besluit te vernietigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot aanwijzing van de locatie voor de ondergrondse restafvalcontainer is ongegrond verklaard.