ECLI:NL:RVS:2019:247
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.Th. Drop
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en persoonsgegevens bij Wbp-verzoek woninggegevens
Op 7 april 2016 verzocht appellant op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om alle gegevens over zijn woning die bij de gemeente waren geregistreerd. De heffingsambtenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie Tribuut weigerde deze gegevens te verstrekken en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en niet-ontvankelijk voor zover het ging om een dwangsom wegens te late besluitvorming.
Appellant stelde in hoger beroep dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was om op zijn Wbp-verzoek te beslissen, en dat de gevraagde gegevens wel persoonsgegevens zijn. De Raad van State oordeelde dat de heffingsambtenaar bevoegd is, omdat het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn zijn bevoegdheden heeft overgedragen aan Tribuut. Verder zijn de meeste gevraagde gegevens waardegegevens en geen persoonsgegevens, behalve de WOZ-waarde en het adres.
Daarnaast stelde appellant dat hem een dwangsom toekomt wegens te late besluitvorming, maar de Raad van State bevestigde dat de ingebrekestelling tijdig bij de bevoegde heffingsambtenaar was ontvangen en het besluit binnen de wettelijke termijn is genomen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.