ECLI:NL:RVS:2022:2053
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inzageverzoeken en besluiten re-integratiedossier
Appellante heeft meerdere verzoeken om inzage in haar re-integratiedossier ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na diverse bezwaren en beroepen bij de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank deels onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid heeft vastgesteld, heeft appellante hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep gegrond is voor zover de rechtbank heeft nagelaten de beroepen geregistreerd onder zaken nrs. 18/6136 en 18/6137 te beoordelen en voor zover de rechtbank de beroepen onder nrs. 19/3464 en 20/1173 gegrond heeft verklaard en de besluiten op bezwaar heeft vernietigd. De Afdeling vernietigt deze delen van de uitspraak en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van het oordeel van de Afdeling.
Verder bevestigt de Afdeling de overige delen van de uitspraak van de rechtbank, wijst het verzoek om schadevergoeding af en gelast het college tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De Afdeling behandelt ook diverse procesrechtelijke bezwaren en betogen van appellante, waaronder de toepasselijkheid van de AVG, de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens, en de vraag of verzoeken als aanvragen in de zin van de Awb moeten worden beschouwd.
De uitspraak bevat uitgebreide overwegingen over de procesgang, de beoordeling van inzageverzoeken, de toepassing van de AVG en Wbp, en de bevoegdheid van de rechtbank en Afdeling. De Afdeling concludeert dat de rechtbank in sommige zaken onvolledig heeft geoordeeld en dat verdere behandeling nodig is, terwijl in andere zaken het oordeel van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, delen van de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd en de zaak is terugverwezen voor verdere behandeling.