ECLI:NL:RVS:2019:2492
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 maart 2016 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen twaalf weken een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De behandeling werd aangehouden vanwege een verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat later werd ingetrokken. De Afdeling beantwoordde de relevante rechtsvragen en oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld over het betrekken van asielmotieven die voor het eerst in beroep waren aangevoerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de nieuwe asielmotieven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met veroordeling tot proceskostenvergoeding.