ECLI:NL:RVS:2019:2493
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 juni 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure werd de behandeling aangehouden vanwege een verzoek om prejudiciële beslissing en later vanwege de afwachting van een uitspraak over nieuw aangevoerde asielmotieven.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had onderzocht of het asielmotief bij het beroep betrokken kon worden, en dat de grief van de staatssecretaris faalde. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden, en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.