ECLI:NL:RVS:2019:2494
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel en nieuw besluit met inachtneming asielmotief
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 10 november 2016 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank heeft dit besluit op 7 maart 2017 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen in het vonnis.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de behandeling van de zaak tijdelijk aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie en de uitkomst van een verwijzingsuitspraak. Uiteindelijk heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft onderzocht of het asielmotief, dat voor het eerst in beroep is aangevoerd, betrokken kan worden bij de beoordeling.
De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank, met een verbetering van de motivering. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt verworpen en het vernietigende vonnis van de rechtbank wordt bevestigd, met de verplichting tot een nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.