ECLI:NL:RVS:2019:2498
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en veroordeling proceskosten
De staatssecretaris heeft op 10 oktober 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 juni 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 21 november 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3735). De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt alsnog gegrond verklaard. Het besluit van 10 oktober 2017 wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de genoemde uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.