ECLI:NL:RVS:2019:2507
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 27 mei 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 25 juni 2019 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 juli 2019 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 februari 2019, en is gericht op het waarborgen van de rechtspositie van de vreemdeling gedurende de procedure. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.