ECLI:NL:RVS:2019:2511
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 30 november 2018 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en op 3 december 2018 een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag werd ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zou ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019, en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.