ECLI:NL:RVS:2019:2514
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeage
De staatssecretaris heeft op 4 april 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de eerste grief en het eerste deel van de tweede grief geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Wel is het tweede deel van de tweede grief over de betekenis van de tatoeage van de vreemdeling en het bedekken daarvan relevant. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken van 31 mei 2018 waarin deze kwestie is beantwoord.
Op grond van deze jurisprudentie verklaart de Afdeling het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 4 april 2019. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.536,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.