ECLI:NL:RVS:2019:2543
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom en invorderingsbesluiten wegens onjuiste grondslag PCB-lozing
Orion B.V. exploiteert sinds 1991 een afvalstoffeninrichting waar PCB-houdend afvalwater werd geloosd. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân legde op 23 september 2015 een last onder dwangsom op om de lozing van PCB-houdend afvalwater te beëindigen, met een dwangsom van €10.000 per maand. Het college baseerde dit op metingen van PCB-concentraties op 2 juni 2015 en 15 juli 2015.
Orion stelde dat het college ten onrechte handhavend optrad, omdat de gemeten PCB-concentraties niet voldeden aan de door het college gehanteerde aantoonbaarheidsgrens van 300 ng/l. De Afdeling oordeelt dat het college onterecht de meting van 2 juni 2015 als grondslag gebruikte, terwijl het zelf in een vooraankondiging had aangegeven dat alleen overtredingen na 1 juli 2015 als grondslag konden dienen. Ook de meting van 15 juli 2015 lag onder de aantoonbaarheidsgrens, waardoor ook deze geen rechtsgeldige grondslag bood.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 23 september 2015 en de daarop gebaseerde invorderingsbesluiten van 23 augustus 2016 en 15 maart 2017. Tevens vernietigt zij de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die deze besluiten in stand had gelaten. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Orion, inclusief griffierecht en rechtsbijstandskosten.
De Afdeling benadrukt dat het college zijn handhavingsbevoegdheid niet mag inzetten zonder een juiste en betrouwbare overtredingsgrondslag, en dat de door het college gehanteerde aantoonbaarheidsgrens leidend is voor de beoordeling van PCB-lozingen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het last onder dwangsom besluit en de invorderingsbesluiten wegens het ontbreken van een juiste overtredingsgrondslag.