Uitspraak
Datum uitspraak: 24 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
elenhorstd van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Opmeer legde op 8 april 2015 een last onder dwangsom van €25.000 op aan appellante om permanente bewoning van een recreatieverblijf te beëindigen. Na constatering van overtreding heeft het college de dwangsom ingevorderd. Appellante voerde diverse bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een zienswijze, onduidelijkheid over de rechtmatigheid van het besluit en de wijze van vaststelling van de feiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit tot oplegging van de dwangsom onherroepelijk is omdat appellante geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het oorspronkelijke besluit. Hoewel het college ten onrechte geen vooraankondiging stuurde en appellante niet voorafgaand aan de invordering is gehoord, is dit verzuim in bezwaar hersteld. De rechtbank heeft de bezwaren van appellante gemotiveerd beoordeeld en terecht geoordeeld dat de vaststelling van de feiten door een deskundige toezichthouder voldoende is onderbouwd.
De Afdeling bevestigt dat permanente bewoning als hoofdverblijf is vastgesteld op basis van verklaringen en waarnemingen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De invordering van de dwangsom van €25.000 wegens permanente bewoning van het recreatieverblijf wordt bevestigd.