ECLI:NL:RVS:2019:2577
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring; proceskostenvergoeding bij onrechtmatig binnentreden
De vreemdeling werd op 27 mei 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, ondanks dat het binnentreden onrechtmatig was. Dit oordeel werd gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State.
De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, een bedrag van €1.536,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van beroep en hoger beroep wegens onrechtmatig binnentreden.