ECLI:NL:RVS:2019:2411
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens proceskostenveroordeling bij vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 16 januari 2019 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank terecht was, maar dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidde. Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet had veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, terwijl het binnentreden onrechtmatig was en de vreemdeling daarvoor een afzonderlijk rechtsmiddel had.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het deel van de uitspraak van de rechtbank vernietigd dat de proceskostenveroordeling betrof. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, vastgesteld op €1.536,00. De rest van de uitspraak van de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de staatssecretaris niet is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.536,00 aan proceskosten.