ECLI:NL:RVS:2019:2578
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 7 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 3 januari 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht onder meer de klacht over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank en concludeerde dat deze klacht terecht was voorgedragen, maar niet leidde tot vernietiging van de uitspraak omdat de griffier de ondertekening bevestigde en de tekst identiek was.
Verder oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep geen vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moesten worden. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.