ECLI:NL:RVS:2019:2587
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van rechtbankuitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft bij besluit van 27 maart 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling hield de behandeling van de zaak aan in afwachting van een uitspraak over nieuwe asielmotieven die voor het eerst in beroep waren aangevoerd. In haar uitspraak van 26 juli 2019 oordeelde de Afdeling dat de rechtbank bij het beoordelen van asielmotieven moet onderzoeken of deze op het moment van indiening concreet genoeg zijn om in het beroep te worden betrokken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.