ECLI:NL:RVS:2019:2588
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 6 december 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 19 januari 2018. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd de behandeling aangehouden vanwege een verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en later vanwege nieuwe asielmotieven die voor het eerst in beroep werden aangevoerd. Uiteindelijk heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de indieningstijdstippen en de concreetheid van de asielmotieven, hetgeen essentieel is voor de beoordeling van het beroep.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.