ECLI:NL:RVS:2019:2591
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 5 januari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 14 juli 2017. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na een verwijzingsuitspraak en een periode van aanhouding in afwachting van een prejudiciële beslissing en een uitspraak over nieuwe asielmotieven, heeft de Afdeling het onderzoek gesloten. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank niet voldoende heeft onderzocht of het asielmotief tijdig en concreet was ingediend en of het in het beroep betrokken had kunnen worden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van de juiste rechtsbescherming en rechtsontwikkeling. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.