ECLI:NL:RVS:2019:2593
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake beëindiging uitstel van vertrek vreemdeling met tuberculose
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en weigerde ambtshalve het uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat het uitstel van vertrek slechts gold tot 27 november 2018. De vreemdeling ging tegen deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte alleen had getoetst aan de voorwaarde van besmettingsgevaar voor het beëindigen van het uitstel van vertrek, terwijl volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 beide cumulatieve voorwaarden (onttrekking aan behandeling en geen besmettingsgevaar) moeten worden getoetst.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het het beëindigen van het uitstel van vertrek betrof. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00. Hiermee is de bescherming van de vreemdeling met tuberculose beter gewaarborgd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het het uitstel van vertrek beëindigde per 27 november 2018.