ECLI:NL:RVS:2019:2596
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
De vreemdeling is bij besluit van 28 februari 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer een klacht geuit over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. Deze klacht werd als terecht erkend, maar leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de rechter en griffier verklaarden dat de ondertekening wel had plaatsgevonden en de inhoud van de uitspraak identiek was aan die in het digitale dossier.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.