ECLI:NL:RVS:2019:2603
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in asielzaak wegens onvoldoende onderzoek asielmotieven
De staatssecretaris heeft op 3 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en ambtshalve geweigerd dat uitzetting achterwege blijft. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 23 februari 2018. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak hield de behandeling aan vanwege een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie en een verzoek om intrekking daarvan. Na beantwoording van de relevante rechtsvraag oordeelde de Afdeling dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of zij en de staatssecretaris het asielmotief konden betrekken bij het beroep, mede afhankelijk van het moment van indiening en de concreetheid van het motief.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.