ECLI:NL:RVS:2019:2607
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in zaak verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 augustus 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 12 september 2018. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank niet voldeed aan de vereisten, omdat de rechter niet op zijn eigen mobiele werkplek had ondertekend en niet kon bevestigen dat de tekst in het digitale dossier overeenkwam met de getekende uitspraak. Ook kon de griffier geen verklaring geven omdat hij niet meer werkzaam was.
Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.