ECLI:NL:RVS:2019:2608
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling hield de behandeling aanvankelijk aan vanwege een prejudiciële vraag en de intrekking daarvan, en vanwege nieuw aangevoerde asielmotieven in hoger beroep. Bij uitspraak van 3 juli 2019 is geoordeeld dat de rechtbank moet onderzoeken of zij en de staatssecretaris het nieuwe asielmotief kunnen betrekken bij de beoordeling.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de nieuwe asielmotieven. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.