ECLI:NL:RVS:2019:2609
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor stalling aanhangwagen niet strijdig met woonbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Brielle legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het met het bestemmingsplan strijdig gebruik van de oprit van zijn woning, met name vanwege het stallen van een aanhangwagen met daarop een onklaar voertuig (projectauto). Appellant betwistte dat het stallen van de aanhangwagen in strijd is met het bestemmingsplan, terwijl het college en de rechtbank dit wel oordeelden.
De Raad van State overwoog dat het onklare voertuig als opslag van een onklaar voertuig valt onder strijdig gebruik, maar dat de aanhangwagen zelf niet als zodanig kan worden aangemerkt. De ruimtelijke uitstraling van het stallen van de aanhangwagen is gering en vergelijkbaar met het parkeren van een personenauto, waardoor dit niet in strijd is met de woonbestemming. Het college mocht de last onder dwangsom daarom niet opleggen voor de aanhangwagen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het besluit voor zover het de aanhangwagen betrof en wees het verzoek tot handhaving ten aanzien van de aanhangwagen af. De last onder dwangsom blijft gelden voor het onklare voertuig. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Deze uitspraak betekent dat het stallen van een aanhangwagen op een woonperceel niet zonder meer strijdig is met het bestemmingsplan, tenzij de ruimtelijke uitstraling daarvan zodanig is dat deze niet te rijmen is met de woonfunctie.
Uitkomst: De last onder dwangsom geldt alleen voor het onklare voertuig; het stallen van de aanhangwagen is niet strijdig met het bestemmingsplan.