ECLI:NL:RVS:2019:264
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bootcampactiviteiten en coniferen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Asten legde op 1 november 2017 een preventieve last onder dwangsom op aan appellant A om het perceel aan de Bergweg niet te gebruiken voor bootcampactiviteiten die in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan. Tevens werd aan appellanten A en B gelast de aangeplante coniferen te verwijderen omdat deze eveneens in strijd waren met het bestemmingsplan. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant A gegrond voor zover het ging om de preventieve last tegen bootcampactiviteiten en vernietigde dat deel van het besluit, terwijl het beroep voor het overige ongegrond werd verklaard.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals appellanten A en B incidenteel hoger beroep. De Raad voor de Rechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat de bootcampactiviteiten niet als extensief recreatief medegebruik kunnen worden aangemerkt omdat deze bedrijfsmatig en intensief zijn, en daarmee in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank had ten onrechte de frequentie en duur van de trainingen als doorslaggevend beschouwd. Ook de aangeplante coniferen droegen niet bij aan de natuur- en landschapswaarden omdat zij niet van nature in het gebied voorkomen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door appellant A werd verworpen omdat de genoemde vergelijkbare locaties een andere bestemming hebben en geen toestemming voor bootcampactiviteiten is verleend. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van het college gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellanten ongegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de preventieve last tegen bootcampactiviteiten gegrond verklaarde en bevestigde het overige. Het college handhaafde terecht tegen de bootcampactiviteiten en de coniferenhaag.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de preventieve last tegen bootcampactiviteiten gegrond verklaarde en bevestigt dat het college terecht handhavend optrad.