ECLI:NL:RVS:2019:2648
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E.A. Minderhoud
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor uitbreiding mestplaat wegens onterecht handhavend optreden
Appellanten zijn eigenaar van een perceel met een mestplaat die volgens het college groter is dan toegestaan onder een bouwvergunning uit 1987. Het college legde een last onder dwangsom op wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de mestplaat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de uitbreiding van de mestplaat vergunningvrij is omdat deze binnen het achtererfgebied ligt en minder dan 2 meter hoog is, waardoor geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is volgens het Besluit omgevingsrecht. Ook is geen vergunning nodig voor het afwijken van het bestemmingsplan, omdat de planregels omtrent archeologische waarden niet van toepassing zijn op vergunningvrije bouwwerken.
Hierdoor was het college niet bevoegd om handhavend op te treden en het dwangsombesluit op te leggen. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het dwangsombesluit en het besluit op bezwaar, en vernietigt tevens het invorderingsbesluit van het dwangsombedrag. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit worden vernietigd en de handhavingsprocedure wordt beëindigd.