ECLI:NL:RVS:2025:4553
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over dwangsom en opslag afvalstoffen op onbedekte bodem
De zaak betreft een beroep van een eigenaar van een perceel in Moerdijk tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders over het onafgedekt opslaan van afvalstoffen op een onbedekte bodem. Het college legde op 8 februari 2021 een last onder dwangsom op wegens overtreding van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. De appellant werd gelast de overtreding binnen een week te beëindigen, wat niet tijdig gebeurde, waarna een dwangsom werd verbeurd en ingevorderd.
De appellant voerde aan dat hij goede redenen had om het afval niet direct af te dekken vanwege vrees voor broei, maar de Afdeling oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden waren die invordering van de dwangsom konden verhinderen. Daarnaast werd een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning bedrijfsmatig opslaan van afvalstoffen, maar deze last werd ingetrokken nadat het afval door een derde was verwijderd.
De Afdeling stelde vast dat het beroep tegen het invorderingsbesluit ongegrond is en dat het beroep tegen het besluit over de last onder dwangsom niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. De besluiten zijn ingetrokken omdat het beoogde effect was bereikt. Verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het college niet aan de appellant was tegemoetgekomen. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit is ongegrond verklaard en het overige beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.