ECLI:NL:RVS:2019:2665
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en voorlopige voorziening tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 18 juni 2019 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kind, stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat op 17 juli 2019 ongegrond werd verklaard.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. Daarnaast maakten zij bezwaar tegen hun feitelijke overdracht en vroegen ook daarvoor een voorlopige voorziening aan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar tegen de feitelijke overdracht geen zelfstandig bezwaar is en als aanvulling op het verzoek om voorlopige voorziening wordt beschouwd. Het hoger beroep werd als kennelijk ongegrond verworpen, zonder nadere motivering, omdat het geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.